Hey @IsaVerschuur,
Allereerst excuses voor de late reactie, ik wilde hier graag even rustig de tijd voor nemen.
Wat goed dat jullie al zo'n duidelijk plan hebben bedacht! Ik heb een aantal tips voor jullie practicum opzet, maar het ziet er al goed uit. Het grootste probleem is inderdaad het verkrijgen van een gepaste bacterie. Bij ons op de TU Delft hebben wij deze ook niet zomaar voor het pakken. Je zou naar voorouders kunnen kijken of aan jullie school kunnen vragen wat de mogelijkheden zijn. Je zou het namelijk naar de soort micro-organisme kunnen trekken. Dus niet per direct de GAS bacterie maar een andere bacterie die makkelijker te verkrijgen is. Het is dan minder representatief wat betreft de keelontsteking maar de meeste bacterieen zijn structureel en (soms ook biologisch) vrijwel hetzelfde waardoor je wel iets over het werkingsmechanisme van de antibacteriele werking kan vertellen. Overleg desnoods even met jullie begeleider hoe creatief je mag worden of hoe ver je van de GAS bacterie mag afwijiken!
Hieronder wat tips:
voor de voorbereiding van de mensen van natuurlijke ingredienten: 100 ml mengsel is vrij veel, ik denk dat het een duidelijker resultaat zal geven als jullie de concentratie van het ingredient hoger maken, dus minder volume waarin jullie koken. Daarnaast denk ik dat een spray niet het gewenste effect zal geven. Je kan ook simpelweg druppels op de agar platen laten vallen en even laten intrekken voordat het de stoof in gaat, dan krijg je denk ik "hardere" groei/ geen groei lijnen. Deze methode is iets hardnekkiger voor de bacterien waardoor je een duidelijker resultaat zult krijgen. Doe dan overal dezelfde hoeveelheid, bijvoorbeeld een druppel van 1 of 2 mL of iets dergelijks, je zou ook nog binnen dezelfde test als het ware kunnen spelen met deze hoeveelheden, om te kijken of dat veel invloed heeft.
In jullie document staat dat je de deksel beschrijft met de informatie over die specifieke proef, wat in de microbiologie gebruikelijker is, is om het op de bodem te schrijven, de kant waar de agar in gegoten is. De reden hierachter is namelijk dat deksels nog wel eens verwisseld kunnen worden. Dit heeft uiteraard geen invloed op jullie proef, maar misschien wel iets om in het achterhoofd te houden. Het is verstandig om dat te doen voordat je alle middelen en organismen toevoegt etc!
Als jullie het leuk vinden zou je ook nog een bestaande thee uit de winkel mee kunnen nemen als test.
Bouw ook altijd een controle in, dus een plaat met bacterien zonder enige voor van antibiotica of thee of iets dergelijks! Dan kan je bewijzen dat de incubatie omstandigheden wel goed genoeg waren voor de bacterie om te groeien en is je conclusie omtrent verminderde groei sterker.
Als allerlaatste: check de verdubbelingstijd van je gebruikte micro-organisme. De ene groeit sneller dan de ander. Stel je hebt er een die heel langzaam groeit (bv lage specifieke groeisnelheid zoals dat heet), dan denk ik niet dat elke dag kijken en tellen heel veel zin heeft! Daarnaast is bloedagar niet voor elke bacterie nodig, voor de meesten is simpele agar met glucose al voldoende. Check dus even welke bacterie welke voedingsstoffen en temperatuur nodig heeft etc!
Kortom, de grootste hindernis is het vinden van een gepaste bacterie. Mijn advies is om te kijken naar biologische voorouders en te overleggen met je begeleider over wat mogelijk is en hoe ver je mag afwijken van de GAS bacterie. WIj kunnen jullie op het Science Center van de TU Delft niet op het lab helpen met dit onderzoek ivm risico-analyses etc. Echter denk ik dat jullie dit op jullie eigen school makkelijk kunnen uitvoeren als jullie een passende bacterie kunnen vinden! De werkwijze ziet er namelijk realistisch uit, goed gedaan!
Ik hoop jullie zo een beetje op weg te hebben geholpen, mochten jullie tegen problemen of vragen aan lopen: schroom niet om weer een bericht te sturen op het forum!
Met vriendelijke groet,
Demi