vetzuren in verschillende soorten chocolade



  • Geachte studenten van TU Delft,

    Wij zijn Isabeau de Poel en Joris Rijken en zitten nu in jaar 5 van het atheneum op College de Heemlanden. Wij zijn nu bezig met de voorbereidingen van ons profielwerkstuk (PWS). Wij wilden graag een onderwerp dat te maken had met voedsel en met scheikunde. Daarom leek ons het onderwerp vetzuren in chocolade zeer gepast. De hoofdvraag van ons onderzoek is: “Wat is het verschil in het aantal vetzuren tussen witte, melk en pure chocolade?”

    Omdat wij ons bij het vak scheikunde hebben ingeschreven, moeten wij als onderdeel van ons PWS een onderzoek uitvoeren. Wij vroegen ons af of wij misschien een dag onder jullie begeleiding in jullie laboratorium dit experiment zouden mogen uitvoeren. Wij hebben de uitvoering van en de benodigdheden voor ons onderzoek hieronder vermeld.

    Wij hopen dat jullie ons kunnen helpen en horen graag jullie reactie.

    Met vriendelijke groet,

    Isabeau de Poel en Joris Rijken.

    De hoofdvraag van ons onderzoek: “Wat is de verhouding van vetzuren in chocolade?”

    Aanvullende informatie:
    Wij gaan verschillende soorten chocolade kopen om het verschil in vetzuren te bekijken.

    Het natuurlijk vet van cacaobonen:
    Cacaobonen bevatten veel vet in de vorm van cacaoboter (ongeveer 55 %). De boter wordt tijdens de productie eerst gescheiden, om later samen met de andere ingrediënten terug gemengd, gemalen en gewalst te worden. Cacaovet bestaat vooral uit drie vetzuren in dezelfde verhoudingen (1/3), namelijk: Oleïnzuur CH3(CH2)7CH=CH(CH2)7COOH (onverzadigd vet), Stearinezuur CH3(CH2)COOH een verzadigd vet dat in het lichaam wordt omgezet in onverzadigd vet en tot slot Palmitinezuur C16H32O2 (verzadigd vet).

    Benodigdheden:

    • verschillende soorten chocolade (nemen wij zelf mee)
    • Vijzel
    • Vloeibare stikstof
    • Telpotjes
    • Hexaan
    • Magneetroerders
    • KOH
    • GC
    • Pasteurpipet
    • Statieven
    • Injectiespuit
    • Mengsel D

    Het onderzoek

    Extractie:

    • Chocolade (10 gram) in stukjes snijden en in een vijzel doen
    • Chocolade voorzichtig (!) bevriezen met vloeibare stikstof (-196°C)
    • Weeg 1 gram van de vermorzelde chocolade af
    • Doe dit in een telpotje
    • Voeg 10 milliliter hexaan toe en los alle vet op door te roeren op een magneetroerder (doe het deksel op het telpotje)
    • Wacht 10 minuten

    Verestering:
    Dit is nodig om de stoffen die nodig zijn voor de gaschromatografie te scheiden van de reststoffen.

    • Voeg 2 mL KOH in MeOH toe (100g/L)
    • Roer gedurende 5 minuten
    • Neem uit de bovenste laag een monster voor GC-analyse
    • Filter het monster door een pasteurpipet met een propje watten

    GC:

    • Spoel de spuit minimaal 3 keer met de oplossing die je wilt injecteren
    • Spuit de spoeloplossing niet terug in de stock, maar op een tissue
    • Referentieoplossing: oplossing D vetzuren (Laureaat, myristaat, palmitaat, palmitoeaat, stearaat, oleaat, linolaat)
    • Analyseer gedurende 15 minuten op een polaire kolom, T= 220ºC
    • Injecteer 0,5 μL monster in de GC
    • Analyseer gedurende 15 minuten op een polaire kolom, T= 220ºC
    • Vergelijk de chromatogrammen

  • PWS TU Delft Team

    Beste Isabeau en Joris,

    Helaas hebben wij geen beschikking tot een lab waar leerlingen hun proeven kunnen uitvoeren, ook zijn de gaschromatografie apparaten niet beschikbaar voor leerlingen. Is het niet mogelijk dat jullie dit onderzoek op school doen en het misschien iets minder uitgebreid gaan onderzoeken? En voor de gaschromatorafie zouden jullie TLC kunnen gebruiken.
    Als jullie nog vragen hebben hoor ik het graag.

    Met vriendelijke groet,
    ISmene


Aanmelden om te reageren
 

Het lijkt erop dat je verbinding naar Forum verloren is gegaan, wacht even terwijl we de verbinding proberen te herstellen.